|
PUBLICATIES |
|||||||||||
| Negatieve
geluiden omtrent DW Door Chris den Daas, managing partner bij iTEM Consultants, Zeist "Teleurstelling over gegevenspakhuizen" kopte de Automatiserings Gids begin februari prominent op de voorpagina. Een paar dagen eerder had ik al een artikel van dergelijke strekking in De Telegraaf (!) gelezen. Wat bleek, de artikelen bespraken hetzelfde rapport. Het Belgisch Engelse onderzoeksbureau OTR heeft een rapport geconcipieerd waarin verslag wordt gedaan van een enquête die het bureau onder 1500 Europese bedrijven heeft uitgevoerd. Het resultaat is even voorspelbaar als pover. Liefst 40% van de organisaties kan niet aangeven welke kosten er met het DataWarehouse gemoeid zijn. Meer dan driekwart is niet in staat het rendement van het DataWarehouse in geld uit e drukken, slechts een kwart bleek in staat te kunnen aangeven dat er financiële resultaten waren behaald. Natuurlijk krijgen de leveranciers van DataWarehouse-oplossingen en DataWarehouse consultants een veeg uit de pan. Zij zijn het immers die gouden (gegevens-)bergen beloven, met pay-back tijden van enkele maanden. Het is niet meer dan logisch dat de hooggespannen verwachtingen die de leveranciers de gebruikersorganisaties voorspiegelen niet volledig kunnen worden waargemaakt Een manager, die een informatieprobleem heeft moet zich realiseren, dat hulpmiddelen alleen natuurlijk geen garantie geven voor het voorhanden hebben van de juiste informatie zodat hij betere beslissingen kan nemen. Daar heeft hij het OTR-rapport niet voor nodig. Ik heb het vaker meegemaakt, dat na een periode van opgeklopte verwachtingen door de leveranciers en pers een "ontnuchterend" rapport van een onderzoeksbureau stof deed opwaaien. In 1994 publiceerde marktonderzoeksbureau HeliView een rapport over het gebruik van Client/Server systemen in Nederland. Ik zal u niet lastig vallen met cijfers die inmiddels gedateerd zijn, maar de strekking was min of meer identiek aan die van het OTR-rapport. IBM Europa deed in 1994 ook een onderzoek naar het gebruik van Client/Server systemen. Het onderzoek had tot doel duidelijkheid te verschaffen in de voordelen van Client/Server op bedrijfsniveau. De resultaten wezen uit, dat het belangrijkste voordeel van Client/Server technologie is, dat het bedrijven in staat stelt sneller te reageren op veranderingen en opdoemende opportunities, doordat nieuwe functionaliteit, c.q. applicaties, sneller kunnen worden vervaardigd en ingepast in de bestaande omgeving. Een ander belangrijk voordeel is, dat met Client/Server technologie, de informatiesystemen goed gematcht kunnen worden met de organisatie en de bedrijfsprocessen, waarbij iedere taak kan worden uitgevoerd op die plek, en met behulp van die hard- en software, die het meest effectief is. Bovendien kan een en ander op
dynamische wijze plaatsvinden, en zal de wederkerige wisselwerking tussen Client/Server
technologie en de organisatie voordelen opleveren. Het IBM-onderzoek onderscheidt zich van
de andere, omdat het Client/Server technologie heeft geplaatst in de context van de
bedrijfsprocessen. Technologie kan slechts dan een toegevoegde waarde hebben voor een
organisatie als het tezamen met de bedrijfsprocessen, de organisatie en de mensen een
geheel vormt. Invoering van nieuwe technologie zal zijn eisen stellen aan deze andere
actoren. En als we het over de kosten gaan hebben, nieuwe technologie kost geld. Als het
een beetje meezit kun je berekenen hoeveel geld. Kostencomponenten als nieuwe hardware,
software, netwerkverbindingen, opleidingen, consultancy, ze zijn alle te identificeren.
Opbrengsten kwantificeren is al een stuk moeilijker. Waar worden de opbrengsten
gerealiseerd? En zijn eventuele efficiencyverbeteringen wel volledig toe te schrijven aan
nieuwe technologie, of spelen andere factoren een rol? Bij DataWarehousing zit de
toegevoegde waarde in het ondersteunen van managers en knowledge workers bij het maken van
beslissingen. Deze ondersteuning gebeurt op basis van een geïntegreerde gegevensbasis,
waarin alle performancegegevens van de organisatie eventueel gecombineerd met externe
gegevens zijn vastgelegd. De vraag is nu op welke wijze de baten van een DataWarehouse
manifest kunnen worden gemaakt. Hoe kun je aantonen, dat een bepaalde beslissing toe te
rekenen is aan de kwaliteit van het DataWarehouse? Voor marketing guru Don Peppers staan
de baten van DataWarehousing niet meer ter discussie. Peppers is de grondlegger van 1:1
Marketing. Het motto van 1:1 Marketing is dat je de klant centraal stelt en niet de
producten. Peppers stelt het zo: "Het gaat er niet meer om je product aan zoveel
mogelijk klanten te verkopen, maar om aan een klant zoveel mogelijk producten te
verkopen." Concurrentievoordeel kun je volgens Peppers opbouwen, door meer van je
klant te weten dan je concurrentie. Op die wijze kun je je klant maatproducten en
aanverwante service leveren. Een organisatie, die op deze wijze zijn klanten wil benaderen
moet een gezicht en een geheugen hebben. Het gezicht is het communicatie-interface waar de
klant mee interacteert. Dit kan een verkoper zijn of de layout van een balie, maar ook een
formulier of een interactieve Web-site. Het geheugen van de organisatie herinnert zich
iedere transactie van iedere klant. Een DataWarehouse! |